Altijd al jaloers geweest op die prachtige rozen in de tuin van je buurman? Het planten van zo’n mooie rozenstruik lijkt misschien een ontzettend moeilijke taak. Aan zo’n prachtig kleurenpalet gaat vast een hoop werk vooraf! Het klopt dat het planten van een rozenstruik iets is wat zorgvuldig gedaan moet worden. Wist je bijvoorbeeld dat rozen planten in het najaar het beste is? Bij het aanplanten van de rozentuin van je dromen komt het één en ander kijken. Maar als je eenmaal weet wat je allemaal moet doen zie je voor je het weet al de eerste rozenknoppen in de tuin. Gelukkig kunnen wij je daar een handje bij helpen.

Rozen planten in het najaar in 7 stappen

Rozen planten kun je het best in het najaar doen. November is hier de uitgelezen maand voor. Dat komt doordat de grond dan nog goed warm is door de hoge temperaturen in de zomer. Ook valt er in de herfst voldoende regen. Hoe je rozen op een kale wortel het best kunt planten lees je in dit handige stappenplan.

Stap 1: Kies de juiste soort rozen

klimrozen muur
Ten eerste moet je natuurlijk weten wat voor rozen je precies in de tuin wilt hebben. Er is een behoorlijk aantal soorten waar je uit kunt kiezen. Welke rozen het best in jouw tuin passen hangt natuurlijk af van factoren als de kleur en de grootte van de bloemen. Maar ook dingen als de bloeiperiode en de lengte die de stelen kunnen bereiken spelen een rol in je keuze. We hebben een aantal soorten rozen voor je op een rijtje gezet om het je wat makkelijker te maken:

  • Wilde rozen of botanische rozen passen perfect in een tuin met een natuurlijke uitstraling. Deze rozensoort is sterk en bloeit maar kort. Daar krijg je na de bloeiperiode dan wel weer mooie rozenbottels voor terug.
  • Klimrozen groeien het liefst tegen iets aan. Ze zijn bijvoorbeeld perfect om tegen een hek aan te zetten of om je pergola mee op te leuken. In het begin hebben ze wat hulp nodig, maar al snel groeien ze als kool de hoogte in. Ze bloeien van de lente tot in de herfst.
  • Stamrozen zijn geënt op een stam. Dat wil zeggen dat je eigenlijk een soort boompje krijgt; een wat dikkere stam waar meerdere rozen op hoogte uit groeien. Net als veel andere soorten groeien stamrozen vanaf mei tot aan november.
  • Heesterrozen  bloeien van de lente tot aan de herfst en hebben grote bloemen. Ze stammen af van de wilde rozen en groeien vaak in trossen. De mooie felle kleuren van deze rozen springen echt in het oog.
  • Grootbloemige rozen hebben prachtige grote bloemen, waarvan er maar één per steel groeit. Deze rozen beginnen in de zomer met bloeien en krijgen tot ver in het najaar steeds nieuwe bloemen.
  • Miniatuurrozen zijn, zoals de naam al een beetje verklapt, rozenstruiken waaraan kleine bloemen groeien. Ook de struiken zelf blijven laag bij de grond; ze worden meestal tot 60 centimeter hoog. Je kunt ze goed gebruiken als bodembedekker. Deze rozen bloeien vanaf mei tot in het najaar.
  • Trosrozen groeien in trossen bij elkaar, en de bloemen zijn iets kleiner dan die van bijvoorbeeld de grootbloemige rozenstruik. Ook deze rozen groeien door tot in de herfst, en ze zijn goed geschikt voor in een mooi bloemenperk.

Dit is slechts een greep uit de verschillende soorten rozen die je kunt vinden. Natuurlijk kun je de soorten ook goed met elkaar combineren. Je kunt voor een passend advies altijd terecht bij het tuincentrum of de rozenkwekerij.

Stap 2: Kies een mooie plek uit in de tuin

rozen in de tuin
Een mooie nieuwe rozenstruik kun je niet zomaar op de eerste de beste plaats in de tuin neerzetten. Het kiezen van de juiste standplaats voor de rozen is iets wat zorgvuldig moet gebeuren. Zet je de rozen op de verkeerde plaats, dan krijg je niet het gewenste resultaat.
Ten eerste moet je weten dat rozen van zon houden. Ze hebben minstens vier uur zon per dag nodig. Als je er zeker van wilt zijn dat de rozen goed gaan bloeien, is het dus slim om een zonnig plekje in de tuin uit te kiezen. Lukt dat niet omdat je tuin nou eenmaal in de schaduw ligt? Er zijn een aantal soorten rozen die speciaal zijn gekweekt om in een schaduwrijke omgeving te groeien.
Ook dien je rekening te houden met de vochtigheid van de grond. Rozenplanten hebben niet bijzonder veel water nodig, maar de grond moet altijd een beetje vochtig zijn. Een te droge grond is te funest voor de jonge rozenstruik, maar een grond die te nat is ook. Daarom is het slim om ervoor te zorgen dat je de rozen neerzet op een bodem waarin het water goed kan wegzakken. Als het water te lang blijft staan, gaan de wortels van je rozenstruik rotten en zal er niet veel van overblijven.
Het is niet slim om nieuwe rozen te planten op een plaats waar al eerder een rozenstruik heeft gestaan. Als rozen op een bepaalde plaats drie jaar of langer groeien, is er een grote kans dat rozenaaltjes zich in die grond hebben gevestigd. Deze aaltjes zullen het de nieuwe rozenstruiken niet makkelijk maken. Als je de nieuwe rozen toch op zo’n plaats neer wilt zetten, is het slim om de aarde even te vervangen. Dit doe je door de grond af te graven op 50 centimeter diepte. Daar strooi je dan nieuwe grond bovenop, bijvoorbeeld uit een ander deel van de tuin. Een andere oplossing is het gebruik van het middel Rootgrow. Daar dompel je de wortels even in onder voordat je de struik plant. Zo zijn ze beter bestand tegen de aaltjes.

Stap 3: Aan de slag met een spade

plantgat graven
Heb je een mooie plaats uitgekozen? Dan is het nu tijd om de grond klaar te gaan maken voor het planten. Steek je handen maar uit de mouwen, want nu begint het echte werk. Iedere rozenplant die je hebt krijgt een apart plantengat waar deze in komt te staan. Zo kunnen de wortels zichzelf goed vasthouden aan de grond, en heb je minder kans dat de plant omvalt. Het gat waar de plant in komt te staan moet groter zijn dan de wortels, zodat ze genoeg ruimte krijgen. Om die reden moet je ook zorgen dat het gat diep genoeg is. Als regel kun je aanhouden dat het plantgat ongeveer 50 bij 50 centimeter breed is en 40 centimeter diep mag zijn. Woel de aarde in het plantgat goed los, zodat het planten straks makkelijker wordt en er genoeg zuurstof in de grond zit.
Wil je meer dan één plant plaatsen? Zorg er dan voor dat je de struiken niet te dicht bij elkaar zet. De struiken moeten over het algemeen minstens 60 centimeter van elkaar af staan. In het begin ziet dat er een beetje kaal uit, maar veel rozenplanten groeien zowel in de lengte als in de breedte. Na verloop van tijd zal de afstand tussen de struiken dus steeds kleiner worden. De ideale afstand tussen de planten kan enigszins verschillen per soort; vraag dit altijd even na als je de rozen koopt.

Stap 4: Verbeter de grond

grond verbeteren
Eigenlijk groeien rozen goed op allerlei soorten grond. Om ervoor te zorgen dat ze alle voedingsstoffen binnen krijgen die ze nodig hebben, is het slim om de plantgaten waar de rozen in komen te staan te verbeteren voordat je met het planten begint. De samenstelling van de grond in je tuin maakt hierbij niet veel uit; het gaat altijd op dezelfde manier.
Om de grond te verbeteren kun je rozengrond gebruiken. Dit kun je bij de meeste tuincentra kopen. Deze grond is speciaal ontwikkeld om de omstandigheden zo gunstig mogelijk te maken voor de jonge rozenplant. Heb je een composthoop in de tuin? Compost werkt ook prima als bodemverbeteraar. Dit zorgt er ook nog eens voor dat onkruid minder makkelijk zijn gang kan gaan. De rozengrond of compost vermeng je met de grond in de plantengaten die je hebt gegraven. Daarmee hoef je niet zuinig te zijn; er mag per plantengat wel 10 tot 20 liter rozengrond of compost worden toegevoegd.

Stap 5: Snoei de wortels en zet ze in water

rozenplant in water
Je denkt misschien dat je nu de planten in de grond kunt gaan zetten. Heel even wachten nog! Het is niet de bedoeling dat de planten recht vanuit de winkel in jouw tuin worden gezet. Voordat het eindelijk zo ver is, doe je er goed aan de wortels en takken even te snoeien. Zo weet je zeker dat je geen dode uiteinden meer aan je roos hebt zitten. Als er dode takken aan de wortels zitten, mag je die er gerust helemaal af halen. Die zullen eenmaal in de grond immers toch niets meer doen.
Ook is het belangrijk om de wortels van water te voorzien. Dit doe je door ze voor het planten in een emmer water te zetten. Daar moeten ze minstens twee uur in blijven staan, zodat ze goed vochtig zijn als ze eenmaal de grond in gaan. Dan weet je zeker dat ze ook tijdens het planten niet droog komen te staan. Zo hebben ze hun eerste voedingsstoffen al direct binnen gekregen!

Stap 6: Planten maar!

rozen planten
Het is eindelijk zover! Je mag nu de rozen gaan planten. De plantgaten heb je al gegraven, waarbij je rekening hebt gehouden met de afstand tussen de rozen. Als je de rozen in de grond gaat zetten, is het belangrijk dat je goed kijkt waar de oculatieplaats van de roos zit. Dit is de plek waar onderaan de stam de eerste takken groeien. Het is de bedoeling dat deze plek ongeveer 2,5 to 5 centimeter onder de grond komt te zitten. Zo weet je dus meteen hoe diep de roos geplant moet worden.
Hou de roos op de juiste hoogte en schep de tuingrond terug in het plantgat. Het is belangrijk dat de wortels vrij spel krijgen; als je merkt dat je echt moet passen en meten om ze in het plantgat te krijgen, is het beter om het gat iets verder uit te graven. Als je tweederde van de grond hebt teruggestopt in het gat, schud de plant dan even lichtjes heen en weer. Zo zorg je ervoor dat de grond zich goed tussen de wortels kan nestelen, en dat eventuele ‘luchtbellen’ verwijderd worden. Druk de grond voorzichtig maar stevig aan, bijvoorbeeld met je schoen of met de achterkant van de spade. Vul daarna het plantgat aan met de rest van de grond. Deze hoef je daarna niet meer aan te drukken.

Stap 7: Geef de rozen water en bemest de grond

rozen water geven

Als de wortels stevig in de grond staan is het weer tijd om de rozen wat te drinken te geven. Wees niet te zuinig; in de beginfase kun je beter te veel dan te weinig water geven. Als het water helemaal in de grond is weggezakt, is het tijd om te gaan bemesten. Een jonge rozenstruik heeft natuurlijk voldoende voeding nodig, dus het is belangrijk om er direct bij het planten voor te zorgen dat deze stoffen zich in de grond bevinden.
Voor rozen en bloemen zijn er speciale meststoffen te koop. Deze zijn onder andere rijk aan kalium, wat de stevigheid van de stelen en de bloei bevordert. Zorg er wel voor dat de mest niet in direct contact komt met de wortels. De meststoffen zijn namelijk vrij agressief, en als de wortels eraan worden blootgesteld zullen ze verbranden. Strooi de rozenmest rondom de stam en over de rest van het plantgat heen. Voorzie de grond daarna van een nieuwe laag water.
Zoals gezegd kun je rozen planten in het najaar het best doen. Dat betekent natuurlijk wel dat de temperaturen steeds verder zakken en er barre tijden op komst zijn. De stengels van de roos zijn in het begin nog teer, dus het is slim deze in de eerste periode te beschermen tegen de kou. Dat doe je door een soort van heuveltje om de stengel heen aan te leggen. Je stapelt de vruchtbare grond dus als het ware op tegen de stengels aan. Als de winter eenmaal voorbij is, kun je de grond weer vlak maken. Dan hebben de wortels zich goed een weg gegraven in de aarde en zijn de stengels een stuk steviger geworden.

Je rozen staan nu stevig in de grond en kunnen naar hartelust gaan groeien. Voordat je het weet zie je de eerste knoppen al aan de stengels zitten. Nu hoef je niet meer jaloers naar de rozen van de buurman te kijken, want die van jou zijn minstens zo mooi!
Wat voor rozen heb jij in je tuin staan? En heb je nog tips voor de verzorging?
Deel het in een reactie!