Planten hebben voeding nodig om te groeien. Dit zal voor jou, als echte tuinier, geen verrassing zijn. Als het een langere periode niet of nauwelijks regent maak je dan ook geregeld een rondje door de tuin om na te gaan welke planten nog wel een beetje extra water kunnen gebruiken. Naast het regelmatig water geven kun je ook een irrigatiesysteem aanleggen. Een van de meest efficiënte irrigatiesystemen is druppelirrigatie, waardoor dit een perfect systeem voor de planten, moestuin of kas kan zijn. Druppelirrigatie zelf maken hoeft helemaal niet moeilijk te zijn. Er zijn verschillende vormen van druppelirrigatie die je allemaal zelf kunt maken.
In dit artikel gaan we je precies uitleggen wat irrigatie en druppelirrigatie zijn. Daarnaast bespreken we hoe je de 4 verschillende vormen van druppelirrigatie zelf kunt maken.

Druppelsgewijs water geven

Druppelirrigatie
Irrigatie is een manier om ervoor te zorgen dat planten in droge periodes voor een langere tijd voldoende water en voedingsstoffen toegediend krijgen. Vooral in de landbouw en tuinbouw wordt er veel gebruik gemaakt van irrigatie, maar ook in je eigen (moes)tuin of kas is irrigatie een perfecte oplossing.
Zoals we dus al gezegd hebben, gaat irrigatie vooral een rol spelen als het voor een langere periode niet heeft geregend. Het gebrek aan regen zorgt ervoor dat de grond uitdroogt en deze minder goed in staat is om (grote hoeveelheden) water op te nemen. Dat jij keer op keer met de gieter in de weer bent, heeft eigenlijk dus helemaal niet zoveel nut. Het water zal namelijk rechtstreeks door de aarde naar beneden zakken, waardoor de wortels van een plant niet voldoende tijd krijgen om de voedingsstoffen uit het water op te nemen.
Om te voorkomen dat je planten niet voldoende water en voedingsstoffen krijgen omdat de grond niet het vermogen heeft om het water op te nemen, lijkt druppelirrigatie de oplossing. Bij druppelirrigatie wordt er druppelsgewijs een combinatie van water en voedingsstoffen aan de grond rondom de plant toegevoegd. De aarde krijgt door de langzame toevoeging van water het vermogen om water op te nemen terug, waardoor wortels voldoende tijd hebben om de voedingsstoffen op te nemen. Ook in droge periodes zullen je planten dankzij de druppelirrigatie gewoon groeien.
Welke vorm van druppelirrigatie je kiest is onder andere afhankelijk van het oppervlak dat je wilt irrigeren. Bij een groot oppervlak kun je voor een uitgebreid irrigatiesysteem zorgen waarbij het water via een (ondergronds) slangenstelsel bij de verschillende planten kan komen. Bij het irrigeren van een specifieke plant of een klein deel van de tuin kun je ervoor kiezen om druppelirrigatie zelf te maken met behulp van bijvoorbeeld een plastic fles.

Druppelirrigatie zelf maken: 4 verschillende vormen uitgelegd

Druppelirrigatie-1
Er zijn dus verschillende vormen van druppelirrigatie. Deze kun je in principe allemaal zelf maken, maar de ene vorm vraagt wel iets meer handigheid dan de andere. We gaan je van vier vormen vertellen hoe je de druppelirrigatie zelf kunt maken. Dit doen we aan de hand van een stappenplan zodat je precies weet wat je wanneer moet doen.

1. De omgekeerde fles

Druppelirrigatie-omgekeerde-fles
(Bron)
Als je niet de hele moestuin wil bewateren met behulp van druppelirrigatie, maar je je wil focussen op één plant, bijvoorbeeld een potplant, is deze eerste vorm perfect. Deze druppelirrigatie zelf maken vraagt niet om veel benodigdheden. De meesten zul je waarschijnlijk gewoon al in huis hebben liggen. Handig!
Om deze druppelirrigatie te maken heb je een plastic fles, een schaar en een prikker (een naald of een priem) nodig. Je moet de volgende stappen volgen:

Stap 1

Spoel de plastic fles om te beginnen goed schoon en verwijder het etiket zo goed mogelijk van de fles.

Stap 2

Schroef de dop van de fles en prik hier enkele gaatjes in. Eventueel kun je ook een aantal gaatjes in de hals van de fles prikken. Hierdoor kan er meer water uit de fles. Draai de dop vervolgens weer terug op de fles. Zorg ervoor dat deze goed strak zit.

Stap 3

De volgende handeling is afhankelijk van het gemak waarmee je de fles bij wil vullen. Je kunt nu namelijk de onderkant van de fles knippen, zodat je hem eenvoudig kunt vullen als hij eenmaal in de grond staat. Het nadeel hiervan is wel dat de fles sneller leeg zal gaan in vergelijking met een fles waar de onderkant nog aanzit.
Als je de onderkant niet van de fles knipt, kun je hem nu vullen met water en eventuele voedingsstoffen voor de plant. Deze worden dan samen met het water opgenomen door de plant.

Stap 4

Maak nu een gat naast de plant. De fles komt hier gedeeltelijk ondersteboven in te staan. Zorg ervoor dat de fles stevig staat zodat deze niet omwaait bij de eerste de beste windstoot.
Als je bij stap 3 de onderkant van de fles hebt geknipt ga je door met stap 5. Als je dat niet hebt gedaan ben je nu klaar.

Stap 5

Als je bij stap 3 de onderkant van de fles hebt geknipt, vul je de fles nu met water en eventuele voedingsstoffen voor de plant. Het water druppelt nu langzaam in de grond en zal opgenomen worden door de plant.

2. De ingegraven fles

Druppelirrigatie-zelf-maken-ingegraven-fles
(Bron)
Ook om deze tweede vorm van druppelirrigatie zelf te maken, heb je een plastic fles nodig. Je graaft de fles nu echter in, zodat het water nog makkelijker opgenomen kan worden door de wortels van de plant. De benodigdheden zijn wederom een plastic fles en een prikker. De stappen zijn als volgt:

Stap 1

Maak de fles schoon en verwijder het etiket van de fles.

Stap 2

Prik gaatjes in de fles. Zorg ervoor dat deze op verschillende hoogtes zitten, zodat het water er altijd uit kan. Hoe groot je de gaatjes maakt en hoeveel je er in de fles prikt maakt in principe niet uit. Er zijn wel een aantal richtlijnen:

  • Hoe meer en hoe groter de gaatjes, hoe sneller het water uit de fles kan lopen;
  • Bij grote gaatjes kunnen de wortels eerder in de fles. Hierdoor kunnen ze het water beter opnemen;
  • Te kleine gaatjes raken snel verstopt.

Stap 3

Schroef de dop van de fles en maak hier een gat in. Via dit gat kun je de fles bijvullen als deze helemaal is leeggelopen. Draai de dop vervolgens weer op de fles.

Stap 4

Graaf een gat in de grond. Doe dit zo dicht mogelijk bij één of enkele planten. De wortels kunnen zich zo goed rondom de fles nestelen. Graaf de dop niet in! Deze moet boven de grond blijven, zodat je de fles kunt vullen als dit nodig is.
Tip: Je kunt ook eerst de fles ingraven en daarna pas de plant of zaadjes in de grond stoppen.

Stap 5

Vul de fles met water en voedingsstoffen voor de plant. Het water druppelt vanzelf langzaam de grond in waarna het wordt opgenomen door de wortels van de plant.

3. De zwetende slang

Druppelirrigatie-zelf-maken
Druppelirrigatie zelf maken kan natuurlijk ook voor grotere oppervlakten. De volgende manier van druppelirrigatie zelf maken is daar een voorbeeld van. Het enige wat je nodig hebt is een aansluitpunt met de waterleiding en een poreuze slang. Dit is een soort tuinslang die water doorlaat. Het water komt zo in de grond en bij de wortels terecht. De stappen die je moet volgen zijn als volgt:

Stap 1

Leg de poreuze slang uit in de tuin. Zorg ervoor dat je de slang zo neerlegt dat hij alle planten van water kan voorzien. Je kunt verschillende slangen aan elkaar koppelen, waardoor je een nog groter oppervlak kunt irrigeren.

Stap 2

Sluit de poreuze slang nu aan op de waterleiding en zet de kraan open. Het water zal langzaam uit de slang druppelen.
Extra tip: Zolang de kraan aanstaat zal het water natuurlijk blijven stromen. Je moet er dus zelf aan denken dat je de kraan op een gegeven moment ook weer uitzet. Als je bang bent om dit te vergeten, kun je een watertimer aansluiten tussen de tuinslang en de kraan. Zo wordt de watertoevoer automatisch geregeld. Scheelt weer op de waterrekening!

4. Het slangensysteem

Moestuin-met-druppelirrigatie
Druppelirrigatie zelf maken kan tot slot ook door het aanleggen van een slangensysteem. Met deze vorm van irrigatie kun je vrijwel de hele tuin irrigeren. Het slangensysteem kan zowel bovengronds als ondergronds aangelegd worden. Wij gaan je stap voor stap uitleggen hoe je de bovengrondse versie van deze druppelirrigatie zelf kunt maken.

Stap 1

Je begint bij het maken van een plattegrond van je tuin. Hierin maak je vervolgens een verdeling van de verschillende zones in je tuin afhankelijk van de hoeveelheid water die de planten in die zone nodig hebben. Planten die ongeveer evenveel water nodig hebben, komen in dezelfde zone.
Hoeveel water een plant nodig heeft is natuurlijk afhankelijk van de soort plant, maar ook van het aantal zonuren dat de plant krijgt. Planten die in de volle zon staan hebben meer water nodig dan planten die in de schaduw of halfschaduw staan.
Let op: De verschillende zones geven niet aan hoeveel irrigatiesystemen je aan moet leggen. Uiteindelijk kun je alle irrigatieslangen aansluiten op één hoofdleiding die aangesloten is op de waterleiding.

Stap 2

Als je de tuin in verschillende zones hebt ingedeeld kun je het slangensysteem uit gaan tekenen. Teken eerst een hoofdleiding en splits deze vervolgens op zodat alle zones een eigen afsplitsing hebben. In de zones teken je vervolgens genoeg vertakkingen zodat alle planten voorzien worden van water.
Probeer de irrigatieslangen zo efficiënt mogelijk in te tekenen in de plattegrond. Dit scheelt uiteindelijk namelijk in materiaalkosten.

Stap 3

Irrigatieslangen
Nu je weet hoe de irrigatieslangen komen te liggen, kun je gaan inventariseren hoeveel materiaal je nodig hebt. Naast irrigatieslangen zijn er nog een aantal andere belangrijke benodigdheden:

  • Een koppeling voor aan de buitenkraan: De buitenkraan is meestal op knie-hoogte aan het huis bevestigd terwijl de irrigatie over de grond loopt. Je hebt dus een stuk leiding nodig dat deze afstand overbrugt.
  • Een Y-aansluiting: Als je de buitenkraan naast de irrigatie ook voor andere dingen wil gebruiken kun je een Y-aansluiting aan de koppeling vastmaken. Zo kan het water zowel voor de druppelirrigatie als voor andere dingen gebruikt worden.
  • Een timer: De timer is al eerder aan bod gekomen, maar kan ook bij dit systeem zorgen dat je alles uit handen geeft. Je hoeft nergens meer aan te denken, want je hele irrigatiesysteem wordt automatisch geregeld.
  • Een terugslagklep: De terugslagklep is een noodzakelijk onderdeel van je druppelirrigatie. Deze zorgt ervoor dat vervuild water niet meer terug kan stromen en zo in het drinkwater terecht kan komen.
  • T-koppelingen: Bij iedere vertakking van de hoofdleiding naar een zijleiding heb je een T-koppeling nodig. Hier kun je vervolgens de verschillende irrigatieslangen op aansluiten.

Stap 4

Nu je alle benodigdheden hebt, wordt het tijd om aan de slag te gaan. We beginnen bij het aanleggen van de hoofdleiding. Aan de hoofdleiding worden uiteindelijk de verschillende vertakkingen bevestigd. Ook de timer en de terugslagklep worden aan de hoofdleiding aangesloten.

Stap 5

Nu de hoofdleiding ligt, kun je met behulp van de T-koppelingen de vertakkingen aanleggen. Je kunt zo dus precies uitwerken wat je op je plattegrond hebt getekend.

Stap 6

De irrigatieslangen liggen als het goed is in de tuin en zijn daarnaast allemaal aan elkaar gekoppeld. Om voor wat extra veiligheid te zorgen kun je de irrigatieslangen aan de grond bevestigen met behulp van tuinkrammen. Zo voorkom je dat er mensen over struikelen of dat de irrigatieslangen beschadigen door weersomstandigheden als wind.

Stap 7

Druppelirrigatie-met-emittors
Je zult je inmiddels wel afvragen hoe het water uit de irrigatieslangen in de tuin zal lopen. In principe zijn hier twee opties voor. In de eerste plaats kun je gaten in de irrigatieslangen maken, zodat het water eruit kan. Om te voorkomen dat de irrigatieslangen verstopt raken door zand of aarde kun je emitters in de gaten prikken. Dit is dan ook de tweede optie.
Let op: Hoeveel gaten je in de irrigatieslangen prikt is afhankelijk van de hoeveelheid water die in de grond terecht moet komen. Hoe meer water je nodig hebt, hoe meer gaten je zult moeten prikken.

Stap 8

De laatste stap voordat je het water kunt laten lopen is het afsluiten van de uiteinden van de verschillende irrigatieslangen. Op deze manier voorkom je dat het water met liters tegelijk je tuin in stroomt.

Klaar! Je druppelirrigatie is nu helemaal aangelegd. Zoals je ziet hoeft een druppelirrigatie zelf maken helemaal niet zo moeilijk te zijn. Afhankelijk van hoeveel planten je wilt voorzien van water kun je voor één van de vier systemen kiezen. Je kunt natuurlijk ook systemen met elkaar combineren voor verschillende delen van je (moes)tuin of kas. Druppelirrigatie is ten slotte voor iedere tuin en voor iedere tuinier een uitkomst!
Wil jij anderen ook laten weten op welke manieren ze druppelirrigatie zelf kunnen maken?
Laat het ze weten door dit bericht te delen op social media!