Zoals het een goed tuinier betaamt, ken jij niet alleen alle planten in je tuin, maar weet je ook precies op welke grond je je groenten verbouwt. Als je dit niet weet, weet je immers ook niet welke planten het goed zullen doen en welke niet. Het is bij het aanleggen van een moestuin of een kleurrijke border dus van belang om te beginnen bij het bepalen van de grondsoort. Hier kun je vervolgens het tuinplan op afstemmen. Je kunt de grondsoort laten bepalen door professionals, maar je kunt ook zelf bodemonderzoek doen. Door verschillende testjes uit te voeren kun je niet alleen achterhalen uit welke soorten grond jouw tuin bestaat, maar kun je ook bepalen hoe het met de zuurtegraad van de grond gesteld is. Hoe dit alles in zijn werk gaat, vertellen we je in dit artikel.

Zand, leem en klei

De drie meest voorkomende grondsoorten in de Nederlandse tuin zijn zand, leem en klei. Ieder type heeft andere eigenschappen die al dan niet goed zijn voor planten. Zelf bodemonderzoek doen stelt je dus niet alleen in staat om te bepalen welke planten het goed zullen doen in je tuin, maar het geeft je ook de mogelijkheid om de eigenschappen van de grond te beïnvloeden, waardoor ook andere planten meer kans hebben om uit te groeien tot de schoonheden die ze zijn.
Voordat we je gaan vertellen hoe je je eigen bodemonderzoek uit kunt voeren, gaan we iets dieper in op de drie bovengenoemde grondsoorten.

Zandgrond

Het eerste type grond is de zandgrond. Grond die voor minstens 50% uit zand bestaat wordt als zodanig geclassificeerd. Zandgrond is over het algemeen erg los en bestaat uit relatief grote korrels. Er zijn verschillende soorten zandgrond zoals veengrond, vaaggrond en eerdgrond. Alle zandgronden hebben echter als overeenkomst dat ze relatief licht zijn van kleur.
Door de losse structuur is zandgrond niet de meest ideale grond in de tuin. De grond is niet in staat om veel water en voedingsstoffen op te nemen, waardoor planten dus niet altijd even hard zullen groeien. Wil je weten hoe je de kwaliteit van de zandgrond voor de moestuin kunt verbeteren? Lees dan het artikel ‘De zandgrond verbeteren voor de moestuin: 5 makkelijke methoden uitgelegd‘ dat we hierover hebben geschreven.

Leemgrond

Leemgrond
De tweede grondsoort is leemgrond. Deze grond is iets fijner dan zand en bestaat uit korrels tussen de 0,002 en de 0,05 millimeter. Daarnaast is de grond ook iets compacter dan zand, waardoor water en voedingsstoffen beter vastgehouden kunnen worden. Planten die op leemgrond staan, hebben dus minder moeite om aan voedingsstoffen te komen dan planten die op zandgrond staan.
In Limburg wordt deze grondsoort ook wel eens löss genoemd. Leemgrond kenmerkt zich door zijn opvallende geelrode kleur.

Kleigrond

Tot slot heb je nog kleigrond. Dit is de grond die de meest fijne korrel heeft, met een gemiddelde korrelgrootte van minder dan 2 micrometer. Wanneer meer dan 25% van de grond bestaat uit zulke minuscuul kleine korreltjes, wordt een grond al bestempeld als kleigrond. Kleigrond is te herkennen aan zijn compactheid. Als je wat van deze grond in je hand hebt, kun je er in veel gevallen letterlijk mee kleien.
De samenstelling van kleigrond zorgt ervoor dat water en voedingsstoffen voor planten gemakkelijk vastgehouden en afgegeven kunnen worden. Het bodemleven van kleigrond laat echter nog wat te wensen over. Je kunt dit verbeteren door de grond regelmatig te bemesten met compost.

Zelf bodemonderzoek doen: zo bepaal je de grondsoort en de pH-waarde van de grond in je tuin

Verschillende-grondsoorten
Zelf bodemonderzoek doen klinkt als een enorme uitdaging. Dit valt echter reuze mee en hoeft met behulp van een aantal eenvoudige testjes helemaal niet veel tijd in beslag te nemen. Wij gaan je achtereenvolgend vertellen hoe je de grondsoort bepaalt en hoe je door zelf bodemonderzoek te doen de pH-waarde van je tuin vast kunt stellen.

Onderzoek 1: Het bepalen van het type grond

De grondsoort bepalen doe je al heel eenvoudig zelf. Alles wat je nodig hebt is een middelgrote (doorzichtige) pot, een plantenschepje, een emmer, een liniaal en wat water. Als je deze spullen hebt verzameld, gaat zelf bodemonderzoek doen als volgt in zijn werk:

Stap 1: Het verzamelen van de aarde

Aarde-verzamelen
Om te bepalen uit welke grondsoorten jouw tuin is opgebouwd heb je natuurlijk wat van de grond nodig om te testen. Zomaar een handje grond pakken, geeft echter niet de beste resultaten. Je hebt voor de beste test ook wat zand nodig dat dieper in de grond zit. Graaf daarom een aantal gaten van ongeveer 15 tot 20 centimeter diep en steek vervolgens met de plantenschep een flinke plak van dit zand uit. Doe dit vervolgens in de emmer. Als je zand hebt verzameld uit de verschillende gaten kun je verder naar de tweede stap: het schoonmaken en husselen van het zand.

Stap 2: Schoonmaken en husselen

Als je in de emmer kijkt, kan het zomaar zijn dat je meer ziet dan alleen zand. Het is niet onbegrijpelijk dat je per ongeluk ook steentjes, onkruid en wortels hebt opgegraven. Deze vertroebelen echter de test en kunnen daarom beter verwijderd worden.
Als je dit hebt gedaan is het belangrijk om het zand goed door elkaar te mengen. Het zand uit de verschillende gaten wordt zo samengevoegd tot één geheel wat een globale afspiegeling is van de grond in je tuin.

Stap 3: Een modderbadje maken

De voorbereidingen voor het zelf bodemonderzoek doen zijn nu getroffen. Tijd om de test in werking te stellen. Dit doe je door de middelgrote pot voor ongeveer 40% te vullen met de aarde uit de emmer. Voeg vervolgens water toe totdat de pot bijna helemaal gevuld is met water. Laat ongeveer tot een dikke duim onder de rand vrij, voeg enkele druppels afwasmiddel toe en sluit de pot af.
Nu is het zaak om de pot flink te schudden, zodat het water en de aarde zich met elkaar mengen. Er ontstaat zo een typische bruine substantie die tussen modder en water inzit.

Stap 4: Wachten

Wachten
Als je goed hebt geschud, zet je de pot weer neer. Doe dit op een plek waar hij voorlopig kan blijven staan. De verschillende grondsoorten hebben namelijk wat tijd nodig om naar de bodem te zakken. Om dit in alle rust te kunnen doen, is het belangrijk om de pot de komende 24 uur niet aan te raken of te bewegen.
Gedurende deze tijd zal de zwaartekracht namelijk zijn werk doen. De zwaarste deeltjes (het zand) vallen het eerst naar beneden en zullen onderin de pot terecht komen. De minder zware deeltjes (het leem) zullen daarna naar beneden zakken en op het zand terecht komen. De lichtste deeltjes (de klei) blijven het langst in het water zweven en vallen uiteindelijk neer op het leem.

Stap 5: Rekenen

Na 24 uur zijn de verschillende lagen van de grond in je tuin dus goed zichtbaar in de pot. Om de verhoudingen echter exact te bepalen, zul je aan het rekenen moeten gaan. Dit doe je door de hoogte van de drie afzonderlijke lagen en de totale hoogte van de drie lagen bij elkaar te bepalen. Je weet nu de verhoudingen tussen de afzonderlijke delen en het geheel en bent dus in staat om te berekenen hoeveel procent van het geheel in beslag wordt genomen door de afzonderlijke delen. Op deze manier zelf bodemonderzoek doen helpt je om te bepalen uit welke grondsoort jouw tuin bestaat.

Onderzoek 2: Het bepalen van de pH-waarde van de grond

pH-waarde-bepalen
Naast het bepalen van de grondsoort is het ook van belang om de pH-waarde van de grond te bepalen. Ook dit heeft invloed op de kwaliteit en de groei van je planten.
De pH-waarde wordt altijd aangegeven op een schaal van 1 tot 14. Hoe dichter de pH-waarde bij de 1 ligt, hoe zuurder de grond is. Een neutrale pH-waarde ligt precies in het midden bij 7. Welke pH-waarde het best past bij jouw tuin is afhankelijk van welke planten je wilt planten. Zo houden sommige planten van een hele zure grond, terwijl andere planten liever een neutrale grond hebben. Bij de hortensia is het zelfs zo dat de pH-waarde bepaalt welke kleur de bloemen krijgen. Wist je dat?
Zelf bodemonderzoek doen door te testen welke pH-waarde de grond heeft, vraagt wel om een kleine investering. Je zult namelijk een testsetje moeten kopen. Deze zijn in de meeste gevallen gewoon bij het tuincentrum te verkrijgen. De test gaat vervolgens (afhankelijk van het type test) op de volgende manier in zijn werk:

Stap 1: Verzamelen van de grond

Net als bij het bepalen van de grondsoort is het bij het bepalen van de pH-waarde belangrijk dat je meerdere monsters van de grond uit je tuin neemt. Echter hoef je nu geen diepe gaten te graven. Een klein beetje grond van de verschillende delen uit je tuin is al voldoende.

Stap 2: Schoonmaken en husselen

Je zult inmiddels wel gezien hebben dat er een klein reageerbuisje bij de test zit. Hier wil je natuurlijk zoveel mogelijk bruikbaar materiaal instoppen. Steentjes, takjes en blaadjes zijn dat niet en kun je dus beter voortijdig uit het zand verwijderen. Als je dat gedaan hebt, meng je het zand idealiter nog even goed door elkaar. Dit garandeert dat je een resultaat krijgt dat voor de hele tuin van toepassing is en niet alleen voor de vierkante meter in de uithoek.

Stap 3: Het reageerbuisje vullen

Reageerbuisjes-vullen
Als de aarde goed gemengd is, wordt het tijd om het reageerbuisje te vullen. Doe dit met ongeveer 1 centimeter water en met 2,5 centimeter gedestilleerd water. Voeg vervolgens het meegeleverde tablet toe en sluit het reageerbuisje af. Nog even goed schudden en het zit er alweer op.

Stap 4: Wachten op verkleuring

Het enige wat je nu nog rest is wachten op de resultaten. De aarde zakt naar de grond en het water zal langzaam weer helder worden. De toevoeging van het tablet zorgt er echter voor dat het water verkleurd. Welke kleur het water krijgt, is afhankelijk van de pH-waarde van de grond.

Stap 5: De resultaten

De kleur van het water zegt dus wat over de pH-waarde van de grond. Deze kun je na een aantal minuten dan ook vergelijken met de legenda op de verpakking van de test. Hier wordt duidelijk aangegeven welke kleur bij welke pH-waarde hoort.
Kalk-bij-zure-grond
Blijkt nu uit de resultaten dat de grond in jouw tuin te zuur is voor de planten die je graag wilt planten? Voeg dan kalk toe aan de grond en voer de test na verloop van tijd opnieuw uit.
Let wel op! Kalk toevoegen wil niet zeggen dat je grond voor altijd minder zuur is. Ook na het toevoegen van kalk verzuurt de grond weer. Je zult dus regelmatig een test uit moeten voeren, zodat je de pH-waarde constant in de gaten kunt houden.
 
 
Twee simpele tests helpen je om op een eenvoudige manier zelf bodemonderzoek te doen. Ten eerste kun je zelf bodemonderzoek doen door de grondsoort te bepalen en ten tweede kun je dit doen door de pH-waarde van de grond te bepalen. Na het doen van deze onderzoeken weet je precies waar je aan toe bent. Zo weet je of je de grond moet verbeteren voor optimale plantengroei en weet je welke planten wel en welke planten niet van jouw tuin zullen gaan houden.
Wat zijn jouw ervaringen met het zelf doen van bodemonderzoek?
Heeft het ervoor gezorgd dat je meer inzicht hebt in je eigen tuin?
Laat het ons weten door een reactie achter te laten!